Bof

Mensen krijgen bof door het bofvirus. De speekselklier bij het oor raakt dan ontstoken.

Wat zijn de klachten bij bof?

  • Dikke wang en hals, vaak aan één kant van het gezicht
  • Pijn in of achter het oor, vooral bij kauwen en slikken
  • Droge mond
  • Soms koorts
  • Soms hoofdpijn

De klachten zijn meestal na een week over. Hele jonge kinderen kunnen hersenvliesontsteking krijgen. Mannen krijgen soms een ontsteking van de zaadbal. Dit kan als ze na de puberteit bof krijgen. Hierdoor kan een man minder vruchtbaar worden. De tijd tussen besmet raken en ziek worden is twaalf tot 25 dagen (gemiddeld zeventien dagen).

Hoe kun je bof krijgen?

Het virus zit in de neus en keel van iemand die besmet is. Door hoesten, niezen en praten, komen kleine druppeltjes met het virus in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken. Iemand is voordat hij zelf ziek wordt al vijf dagen besmettelijk. Bof is besmettelijk tot vijf dagen na het begin van de klachten. Niet iedereen die bof heeft krijgt klachten. Maar ze kunnen dan toch anderen besmetten.

Wie kan bof krijgen?

Iemand die niet twee inentingen tegen bof heeft gehad kan bof krijgen. Door twee inentingen ontstaat een goede bescherming tegen de ziekte. Soms krijgen de mensen die ingeënt zijn toch bof. Door de inenting zijn ze wel minder ziek. De kans op hersenvliesontsteking of ontsteking van de zaadbal is dan veel kleiner. Mensen die bof hebben gehad, krijgen bof niet opnieuw.

Wat kun je doen om bof te voorkomen?

De meeste kinderen in Nederland worden ingeënt tegen bof. Ze krijgen twee keer een BMR-inenting (bof, mazelen en rodehond). Dit gebeurt als kinderen veertien maanden en negen jaar oud zijn.

Netjes hoesten en niezen kan ook helpen om bof te voorkomen:

  • Het beste is om een papieren zakdoek te gebruiken.
  • Leer kinderen ook netjes te hoesten en te niezen.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Was regelmatig je handen met water en zeep, zeker na een flinke hoest- en niesbui.

Is bof te behandelen?

Neem contact op met de huisarts als je denkt dat je bof hebt. De huisarts kan onderzoeken of je bof hebt. De ziekte geneest zonder behandeling of medicijnen. Pijnstillers kunnen helpen tegen de pijn.

Kun je met bof naar school, werk of opvang?

Heeft je kind bof of heb je het zelf? Dan kun je, als je je goed voelt, gewoon naar het kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, school of werk. Iemand met bof is al besmettelijk voordat er klachten zijn. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden. De meeste kinderen zijn ingeënt tegen bof. De kans dat ze bof krijgen is daardoor minder groot. Heeft je kind bof? Vertel het dan aan de leidster of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGD andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op klachten van bof bij hun kind.

Download de folder Download de folder

 

 


infectieziekte-op-school.jpg

School of kinderopvang?

Voor docenten van scholen en medewerkers van kinderdagverblijven is er meer informatie beschikbaar over infectieziekten.

Infectieziekten op school of kinderopvang Infectieziekten op school of kinderopvang

Contact

Heb je vragen? Neem contact op met het team Infectieziektebestrijding. E-mail: infectieziekten@ggdfryslan.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 - 17.00 uur

Op deze website gebruiken we cookies