Bekijk het laatste nieuws op onze coronapagina, ontdek meer over vaccineren en lees meer info voor professionals

Hand-, voet- en mondziekte

Hand-, voet- en mondziekte is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een virus. De ziekte is meestal niet ernstig en komt regelmatig voor in Nederland.

Op deze pagina lees je informatie over:

Wat is het?

Hand-, voet- en mondziekte is een besmettelijke ziekte. Je krijgt het door een virus. Mensen krijgen de ziekte vooral in de lente en de zomer. Hand-, voet- en mondziekte is niet hetzelfde als mond- en klauwzeer. Dit komt alleen voor bij vee en wordt door een ander virus veroorzaakt. 

Iedereen kan hand-, voet- en mondziekte krijgen. Vooral kinderen tussen de één en vijf jaar oud. Mensen die minder afweer hebben door een ziekte kunnen erger ziek worden door hand-, voet- en mondziekte. Baby's en jonge kinderen kunnen sneller uitdrogen omdat de blaasjes in de mond pijn doen bij eten en drinken. 

Er zijn meer soorten virus waardoor je deze ziekte kunt krijgen. Iemand die de ziekte heeft gehad bouwt afweer op. Maar alleen voor het soort virus waardoor hij ziek is geworden. Je kunt de ziekte dus meer dan één keer krijgen. 

  • Hand-, voet- en mondziekte is erg besmettelijk.  
  • Je bent besmettelijk voordat je klachten beginnen, ongeveer drie tot zeven dagen daarvoor 
  • Je bent nog lange tijd besmettelijk, soms tot weken of maanden daarna 
  • De tijd tussen besmet raken en ziek worden is meestal drie tot zes dagen. 

Besmetting gaat via: 

  • Vocht uit de blaasjes;  
  • De lucht (hoesten); 
  • Ontlasting. Bij toiletgebruik kunnen de toiletbril, de spoelknop en andere voorwerpen besmet raken. Door contact met deze voorwerpen kan het virus aan de handen komen en daarna in de mond terechtkomen. 

Wat merk ik?

  • Koorts 
  • Misselijk zijn: braken en buikpijn 
  • Keelpijn 
  • Pijnlijke blaasjes in de mond 
  • Rode vlekjes op handen, voeten en soms op de billen (deze vlekjes veranderen later in blaasjes) 

Wat kan ik doen?

  • Hand-, voet- en mondziekte gaat vanzelf over.  
  • Zijn de blaasjes in en rond de mond erg pijnlijk? Overleg dan met je huisarts.  
  • De blaasjes verdwijnen meestal na een week. 
  • Probeer het vocht uit de blaasjes niet aan te raken. Was de handen als dat toch gebeurt. 

  • Iemand die zich goed voelt, kan gewoon naar de kinderopvang, school of werk. Hand-, voet- en mondziekte is al besmettelijk voordat iemand klachten heeft. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden. 
  • Heeft je kind deze ziekte? Vertel het dan aan de leidster of de leerkracht. Zij kunnen dan in overleg met de GGD andere ouders informatie geven over de ziekte. 
  • Werk je in de zorg, met mensen die ernstig ziek zijn of lage weerstand hebben? Dan moet je eerst overleggen met de werkgever voor je weer gaat werken. 

Er zijn geen medicijnen of inentingen die de ziekte voorkomen. Om hand-, voet- en mondziekte te voorkomen, is het belangrijk om op het volgende te letten: 

Was de handen met water en zeep: 

  • Voor het klaarmaken van eten of flesvoeding. 
  • Voor het eten. 
  • Nadat je naar het toilet bent geweest. 
  • Na het verwisselen van een luier of iemand op het toilet helpen. 
  • Na het schoonmaken, dus ook nadat je een vaatdoekje hebt gebruikt. 
  • Na aaien of knuffelen van dieren. 
  • Na hoesten, niezen of neus snuiten. 

Bij hoesten en niezen: 

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van de elleboog. 
  • Gebruik een zakdoek maar één keer en gooi de zakdoek na gebruik weg. 
  • Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby’s wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen. 

En verder: 

  • Houd de nagels kort. 
  • Laat iemand die ziek is een eigen tandenborstel, washandje en handdoek gebruiken. 
  • Laat iemand die ziek is geen eten klaarmaken voor anderen. 
  • Maak geen eten klaar zolang je diarree hebt. 
  • Kleding of beddengoed waar ontlasting of braaksel in zit, kan in de wasmachine. Doe de wasmachine niet te vol. Was minimaal op 40 graden op het volledige wasprogramma. Droog dan de was in de droger of strijk de was zo heet mogelijk. 
  • Ventileer goed door ramen en deuren op een kier te laten. Zorg dat er de hele dag verse lucht binnen komt.  
  • Maak zeker één keer per dag het toilet schoon. Dit kan met een doekje en gewoon zeepsop, bijvoorbeeld met allesreiniger. Gebruik het doekje daarna niet om iets anders schoon te maken. Het is nog beter om doekjes te gebruiken die je weg kunt gooien. 
    Verschoon elke dag de handdoek in het toilet of gebruik keukenrol om de handen te drogen. 
  • Maak speelgoed dat kinderen in de mond nemen elke dag schoon. Dit kan met gewoon zeepsop. 

School of kinderopvang?

Voor docenten van scholen en medewerkers van kinderdagverblijven is er meer informatie beschikbaar over infectieziekten.


Heb je nog vragen?

Neem contact op met het team Infectieziektebestrijding.

Op werkdagen bereikbaar van 08.30 - 17.00 uur